Omvorming N49 tot autosnelweg

Het Streekplatform+ Meetjesland organiseerde op vrijdag 9 juni 2000 een seminarie rond de omvorming van de N49 tot autosnelweg. Het gaf de streekactoren de gelegenheid zich op een grondige manier te informeren over het studiewerk dat rond de ombouw van de N49 wordt verricht. Op basis van het seminarie keurde de algemene vergadering van het Streekplatform+ Meetjesland op 6 juli 2000 onderstaande conclusies goed. Als vertegenwoordiger van de ‘levende krachten’ maakte het Streekplatform+ Meetjesland deze aanbevelingen en standpunten over aan de bevoegde overheden.

1. De omvorming van de N49 is een complex dossier, omdat het afsluiten van diverse aansluitingen de rest van het verkeer in de regio grondig zal beïnvloeden. Naast het Vlaams Gewest dienen ook de provincie Oost-Vlaanderen (provinciaal structuurplan) en de gemeenten (mobiliteitsplannen) zich voor te bereiden op de omvorming.
De uiteenzettingen hebben de regio geleerd dat het ontwerp-streefbeeld N49/A11 op een grondige manier tot stand kwam, ver gevorderd is en naar alle verwachtingen in het najaar van 2000 kan worden afgerond. Een aantal aspecten dienen nog beter uitgeklaard (knooppunt Kaprijke, verbinding met Brugge,…).
Het is wenselijk dat de Minister zo snel mogelijk de geplande inrichting van de weg volledig vast legt, zodat dit als vast gegeven kan worden gebruikt bij de opmaak van provinciale en gemeentelijke structuur- en mobiliteitsplannen.

2. Op dit moment wordt de kostprijs van de omvorming geraamd op 2 miljard frank (enkel de directe werken aan verkeerswisselaars, bruggen en tunnels, R43, aanpassingen aan laterale wegen). Deze kostprijs dient aangevuld met indirecte werken aan het aansluitend wegennet, die als gevolg van de omvorming noodzakelijk worden.
Vier belangrijke werken (samen goed voor 937 miljoen bef) zijn volgens AWV Oost-Vlaanderen reeds in uitvoering of gepland (en vastgelegd op het budget).
De streek herhaalt zijn vraag om te komen tot een spoedige en integrale omvorming van de expresweg (zie voorstel streekcharter Meetjesland) en vraagt aan de Vlaamse Minister de vereiste middelen daartoe (directe en indirecte werken) in de Vlaamse planning en begroting in te schrijven.

3 Het ontwerp-streefbeeld spreekt zich nog niet uit over het al dan niet aanleggen van een knooppunt te Kaprijke. Vanuit een Vlaams of internationaal perspectief (verbindingsfunctie) wenst men Kaprijke niet aan te sluiten op de A11, omwille van de druk die zou ontstaan in buitengebied.
Vanuit regionaal oogpunt vrezen de gemeentebesturen, de politie- en veiligheidsdiensten en een meerderheid van de sociaal-economische actoren dat het niet-aanleggen van het aansluitingcomplex Kaprijke een grote druk zal veroorzaken op de N9 en verschillende lokale wegen. Simulaties van AWV Oost-Vlaanderen bevestigen deze vrees, zij het dat men spreekt van ‘een niet-dramatische’ toename.
Voor het comfort van de regio (inclusief veiligheid) is een aansluiting te Kaprijke gewenst. Gekoppeld aan deze beslissing hoort wellicht de aanleg van de omleidingswegen rond het centrum van Oosteeklo en Lembeke. Vanuit ruimtelijke ordening kan men erover waken dat de aanleg van deze infrastructuur geen ongewenste bijkomende bedrijvigheid creëert rond dit knooppunt.

4 De A11 krijgt als hoofdinfrastructuur in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen in de eerste plaats een verbindende functie voor de havens van Zeebrugge, Gent en Antwerpen. De streek wil het dossier evenwel ook aangrijpen om zichzelf verder te ontwikkelen, conform de streekvisie.

  • Door bundeling van het doorgaand verkeer op ‘de Meetjelandse ruit’ (o.a. de N49) wil het Meetjesland zich als open ruimte en stilteregio versterken.
  • Door de uitbouw van de N49 en de aanleg van de R43 wordt Eeklo als kleinstedelijk gebied beter ontsloten.
  • Door de uitbouw van de N49 en het knooppunt met de N44 wordt Maldegem als economisch knooppunt beter ontsluiten. De verbinding van het bedrijventerrein van Maldegem met de N44 dient evenwel beter uitgewerkt.

Op vraag van de gemeente Maldegem, wil de streek ook nagaan of rond de aanleg van een (boven)regionaal industrieterrein langs de expresweg ter hoogte van Balgerhoeke/Maldegem (weg/spoor/water gebundeld aanwezig) een consensus in de streek kan worden gevonden. Daartoe zal een ad hoc werkgroep worden opgericht.

5. Door het afsluiten van de Koning Albertlaan (Maldegem) vreest de regio verkeersoverlast op de N9 of in het centrum van Maldegem.
De streek vraagt dat de werkgroep streefbeeld N49 een oplossing uitwerkt voor het verkeer dat van de expresweg richting Brugge wil.

6. Vanuit een analyse van het goederenverkeer in het arrondissement Eeklo, komt de GOM Oost-Vlaanderen tot de slotsom dat het goederenverkeer hoofdzakelijk op Gent is georiënteerd en blijvend gebruik zal maken van de N9 (en niet van de N49). Naast deze verbindende functie vormt de N9 de ruggengraat van de interne mobiliteit in de regio.
De streek vraagt dat de verbindende functie van de N9 tussen Eeklo en Gent wordt erkend in het Provinciaal Structuurplan (Secundaire weg, type I of II).
Daarnaast wil de streek t.a.v. de Vlaamse overheid zijn vraag herhalen om te komen tot een integrale aanpak van de N9 in functie van het economisch belang en de verkeersleefbaarheid (de N9 voert de lijst aan van meest gevaarlijke wegen in Oost-Vlaanderen).


De streek stelt inzake infrastructuur slechts twee prioriteiten voor aan de Vlaamse overheid (N49 en N9) en hoopt met deze zelfselectiviteit de Vlaamse overheid te kunnen overtuigen.