Beroepsbevolking, 1998-2007            
  1998 2000 2002 2004 2005 2006 2007 Evolutie
Aalter 8.451 8.590 8.584 8.896 8.941 9.021 9.099 7,66%
Assenede 5.926 5.971 5.991 6.041 6.099 6.189 6.208 4,75%
Eeklo 8.499 8.597 8.581 8.895 8.951 8.904 8.972 5,57%
Evergem 13.968 14.067 14.363 14.795 14.982 15.223 15.231 9,04%
Kaprijke 2.818 2.808 2.801 2.858 2.891 2.919 2.938 4,26%
Knesselare 3.520 3.531 3.592 3.752 3.764 3.766 3.775 7,25%
Lovendegem 4.357 4.420 4.372 4.413 4.410 4.404 4.405 1,11%
Maldegem 9.712 9.787 10.018 10.290 10.445 10.544 10.554 8,67%
Nevele 4.934 5.019 4.958 5.143 5.204 5.313 5.421 9,86%
Sint-Laureins 2.756 2.799 2.854 2.929 2.990 3.058 3.057 10,91%
Waarschoot 3.592 3.564 3.568 3.655 3.633 3.621 3.632 1,13%
Zelzate 5.207 5.197 5.120 5.123 5.181 5.261 5.268 1,17%
Zomergem 3.713 3.701 3.638 3.717 3.699 3.730 3.737 0,66%
Meetjesland 77.453 78.050 78.439 80.507 81.190 81.953 82.297 6,25%
% t.o.v. Vlaanderen 3,0% 3,0% 2,9% 2,9% 2,9% 2,9% 2,9%  
Oost-Vlaanderen 616.938 619.493 629.886 647.748 654.896 657.546 660.018 6,98%
Vlaanderen 2.609.687 2.624.993 2.677.389 2.764.639 2.798.030 2.815.565 2.827.981 8,36%
Bron: Steunpunt WSE (via Lokale Statistieken) 
                                                       
De beroepsbevolking van een regio wordt gevormd door het aantal werkzoekende en werkende inwoners van de regio tussen de 18 en 64 jaar. Deze cijfers geven echter niet aan of de personen tewerkgesteld zijn binnen of buiten de regio.

De beroepsbevolking is sinds 1998 overal in het Meetjesland gestegen, net als in Oost-Vlaanderen en Vlaanderen. De beroepsbevolking in het Meetjesland bedraagt zo’n 2,9% van de totale Vlaamse beroepsbevolking. Logisch gezien het aandeel Meetjeslanders in de Vlaamse bevolking ook 2,9% bedraagt (zie tabel 1.1).

Anno 2007 behoort ongeveer 47%  vaan de 176.229 Meetjeslanders tot de beroepsactieve bevolking. 

Nb.
Er is geen basisstatistiek over het totaal aantal werkenden op gemeentelijk niveau beschikbaar; dus het betreft steeds een geconstrueerde statistiek op basis van verschillende bronnen.  Vanaf het jaar 2003 gebeurt de raming in het kader van de Vlaamse Arbeidsrekening, ontwikkeld door het Steunpunt WSE. Dit brengt een aantal methodologische veranderingen ten aanzien van de vorige WSE-ramingen van de werkenden met zich mee. De twee voornaamste methodologische wijzigingen zijn het werken met een
jaargemiddelde  en de integratie van de studenten. De werkenden worden berekend als de som van de
loontrekkenden, de zelfstandigen en de helpers.

De niet-werkende werkzoekenden worden becijferd op basis van statistieken van de gewestelijke
bemiddelingsinstanties (VDAB, Forem, Actiris) die worden gebundeld door de Rijksdienst voor Arbeids-
voorziening. Deze cijfers zijn maandelijks beschikbaar en worden omgerekend naar
jaargemiddelden.