Mutatiecoëfficient, 1992-2005                
  1992 1995 2000 2002 2003 2004 2005  
Aalter 13,52 7,38 1,35 3,71 -0,43 1,23 6,26  
Assenede 2,38 -4,33 -0,07 -0,67 -0,96 -1,04 4,60  
Eeklo 1,57 2,15 -3,41 1,63 8,29 5,82 8,06  
Evergem 7,86 8,44 4,43 4,12 6,79 9,54 8,29  
Kaprijke 10,10 -17,28 -7,45 0,16 -6,71 -0,99 9,39  
Knesselare 2,31 8,21 1,28 2,68 -4,58 3,32 4,72  
Lovendegem 9,60 -2,50 3,24 -0,65 0,54 -3,23 9,28  
Maldegem 3,51 10,02 2,13 0,41 -3,49 5,09 6,51  
Nevele 1,14 3,72 -0,18 8,08 5,74 0,91 14,02  
Sint-Laureins 1,07 3,37 2,00 8,00 -4,27 -1,53 9,67  
Waarschoot -1,03 15,53 -5,13 -7,43 -2,92 2,03 -11,66  
Zomergem 0,74 -1,59 -2,43 -0,61 -8,08 -11,48 -0,12  
Meetjesland 5,01 4,32 0,55 1,99 0,90 2,77 6,46  
Oost-Vlaanderen 3,56 2,74 2,06 1,84 2,04 3,95 5,19  
Vlaanderen 5,78 3,81 2,78 3,17 2,81 3,67 5,54  
                 
Bron: FOD Economie, Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (via APS),
eigen verwerking
 
                 
Mutatiecoëfficiënt: natuurlijke groeicoëfficiënt + migratiesaldo.

De mutatiecoëfficiënt wordt vooral bepaald door de migraties en minder door de natuurlijke loop: vergelijk bijvoorbeeld het aantal inwijkingen in 2005 (6.914), dat vier maal hoger ligt dan het aantal geboorten (1.699).

Waar in de jaren ’90 nog een belangrijke bevolkingsaangroei was, viel deze vanaf 2000 nagenoeg stil. Sinds 2004 heeft dit cijfer weer een enorme opwaartse sprong gemaakt door een stijgende natuurlijke groeicoëfficiënt en een stijgend migratiesaldo. Dit is net zo voor Vlaanderen en Oost-Vlaanderen waarbij de bevolking aangroeit met gemiddeld 5 per 1000.

 
                 
Klik hier voor tabel in excel-formaat