Scholingsgraad van de werkende beroepsbevolking per gemeente, 1991    
  LO              % LSO            % HSO            % HOBU          % Universiteit % Buitenlands diploma of onbekend % Geen diploma      %
Aalter 8,7 21 30,8 15,8 7,3 2,9 13,4
Assenede 10,9 19,7 33,9 11,8 5,2 3,1 15,4
Eeklo 9,7 17,5 31 15,2 6,3 1,7 18,6
Evergem              
Kaprijke 15,6 18,9 31,7 13,2 6,8 1,7 12,1
Knesselare 9,8 21,6 25,5 12 4,2 10 16,9
Lovendegem 7 16,4 31,1 18,4 8,7 3,2 15,2
Maldegem 10,6 22,7 33 12,4 4,9 1,9 14,4
Nevele 11,3 19,8 32,7 16,7 7,6 1,3 10,5
Sint-Laureins 7,8 19,7 30,8 12 5 3,4 21,3
Waarschoot 8 19,8 29 14,6 4,9 1,2 22,4
Zomergem 7,1 21,1 29,4 14,7 5,8 2,4 19,5
Meetjesland 9,7 20 31,2 14,4 6,1 2,7 15,9
Vlaanderen 7,6 18 31,7 15,4 7,7 3,8 15,7
               
Bron: NIS Volks- en Woningtelling 1991, bewerkingen GOMOV
               
De meest recente informatie omtrent de scholingsgraad van de werkende beroepsbevolking  op gemeentelijk niveau dateert uit de Volks- en Woningtelling 1 maart 1991. In tabel 9.5. wordt er meer recent maar minder gedetailleerd cijfermateriaal besproken.

Net als in tabel 9.5 bemerken we hier dat er een hoger percentage laaggeschoolden in het Meetjesland woont, dan in Vlaanderen. De categorie lager onderwijs, lager secundair onderwijs en de categorie geen diploma vormen 45% van de werkende beroepsbevolking in het Meetjesland. Dit is 5% meer dan het Vlaamse cijfer.

Het cijfer voor hoger secundair onderwijs ligt in de lijn van het Vlaamse cijfer
Klik hier voor tabel in excel-formaat