| Evolutie vernieuwd Gemeentefonds, 2002-2005 | |||||||
| Waarborg 2002 | Gemeentefonds 2003 | Gemeentefonds 2004 | Gemeentefonds 2005 | Groei 2002-2005 | |||
| totaal | totaal | totaal | totaal | deel gemeente | aandeel ocmw | ||
| Aalter | 2.608.932 | 2.608.932 | 2.608.932 | 2.678.042 | 2.463.799 | 214.243 | 2,65% |
| Assenede | 2.214.749 | 2.471.350 | 2.517.804 | 2.599.170 | 2.327.170 | 272.000 | 17,36% |
| Eeklo | 3.762.504 | 4.242.775 | 4.480.535 | 4.677.972 | 3.568.972 | 1.109.000 | 24,33% |
| Evergem | 4.391.962 | 4.391.962 | 4.391.962 | 4.391.962 | 4.040.605 | 351.357 | 0,00% |
| Kaprijke | 794.999 | 918.289 | 968.014 | 1.004.957 | 924.560 | 80.397 | 26,41% |
| Knesselare | 1.067.466 | 1.235.647 | 1.320.148 | 1.343.917 | 1.236.404 | 107.513 | 25,90% |
| Lovendegem | 1.089.164 | 1.089.164 | 1.089.164 | 1.093.571 | 1.006.085 | 87.486 | 0,40% |
| Maldegem | 3.467.868 | 3.635.604 | 3.642.372 | 3.754.027 | 3.453.705 | 300.322 | 8,25% |
| Nevele | 1.480.356 | 1.567.471 | 1.608.780 | 1.655.681 | 1.523.227 | 132.454 | 11,84% |
| Sint-Laureins | 1.084.005 | 1.394.513 | 1.489.619 | 1.581.925 | 1.423.733 | 158.193 | 45,93% |
| Waarschoot | 1.015.854 | 1.166.058 | 1.222.443 | 1.252.861 | 1.127.861 | 125.000 | 23,33% |
| Zomergem | 1.123.960 | 1.296.527 | 1.330.948 | 1.346.714 | 1.212.043 | 134.671 | 19,82% |
| Meetjesland | 24.101.819 | 26.018.292 | 26.670.721 | 27.380.799 | 24.308.163 | 3.072.636 | 13,60% |
| Bron: Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten VZW, Vlaamse Gemeenschap adm. binnenlandse aangelegenheden | |||||||
| In
deze tabel is ook het aandeel van de OCMW’s per gemeente opgenomen in het
bedrag, dit in tegenstelling tot de cijfers in tabel 12.8, waar enkel het
aandeel van de gemeente wordt weergegeven. Sinds 2003 krijgen gemeenten middelen uit het vernieuwde Gemeentefonds. De hervorming kwam vooral ten goede aan kleine, fiscaal arme, landelijke gemeenten. Het vernieuwde Gemeentefonds ontstond uit het oude Gemeentefonds, het Investeringsfonds en het Sociaal Impulsfonds. Het vernieuwde fonds moest er vooral voor zorgen dat er meer geld ging naar fiscaal arme besturen, naar gemeenten met veel open ruimte en naar gemeenten die een centrumfunctie vervullen. Daarnaast is er ook een aparte financiering voor steden en kustgemeenten. De gemeenten beslissen autonoom waarvoor deze middelen worden aangewend. De Meetjeslandse gemeenten blijken als geheel sneller te stijgen dan het Vlaamse gemiddelde. De gemeenten Aalter en Lovendegem zitten voorlopig quasi geblokkeerd op het niveau van 2002. De groei van het gemeentefonds voor deze gemeenten is kleiner dan 2%. Sint-Laureins is de sterkste groeier voor de periode 2000-2005, met 43,82. Begin 2003 gingen het oude gemeentefonds, investeringsfonds en sociaal impulsfonds op in een totaal nieuwe gemeentefonds (voor gemeente en OCMW samen). Tabel 12.9 laat toe de oude situatie met de nieuwe te vergelijken. Daaruit blijkt dat de meeste gemeenten er op vooruitgaan, inzonderheid de meest landelijke. Dat klopt met de uitgangspunten van de nieuwe regeling dat er meer geld moest gaan naar fiscaal arme besturen, naar gemeenten met veel open ruimte en naar gemeenten die een centrumfunctie vervullen (vandaar dat ook Eeklo hoog scoort). Voor een goed begrip, de tabel werkt met de definitieve cijfers voor 2003 en 2004 en de ramingen voor 2005. |
|||||||