Evolutie aanslagvoet aanvullende personenbelasting, 1992-2006    
  1992 2000 2002 2004 2005 2006
Aalter 8,0 8,0 7,0 7,0 7,0 6,8
Assenede 6,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0
Eeklo 8,0 8,0 8,0 8,0 8,0 8,0
Evergem 7,5 7,5 7,5 7,3 7,3 7,3
Kaprijke 6,0 6,0 7,5 7,5 7,5 7,5
Knesselare 6,5 6,5 8,0 8,0 8,0 8,0
Lovendegem 6,0 6,6 6,6 7,5 7,5 7,5
Maldegem 8,0 8,0 8,0 8,0 8,0 8,0
Nevele 7,5 6,3 7,5 8,0 8,0 8,0
Sint-Laureins 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0 7,0
Waarschoot 7,0 7,0 7,5 7,5 7,5 7,5
Zomergem 7,5 7,5 7,5 8,5 8,5 8,5
Meetjesland 7,3 7,3 7,6 7,8 7,6 7,6
Oost-Vlaanderen 7,1 6,9 7,2 7,4 7,4  
Vlaanderen 6,7 6,6 7,0 7,2 7,2  
             
Bron: Jaarbeeld 2005, Administratie Binnenlandse Aangelegenheden  
             
Het grootste gedeelte van hun belastingsontvangsten halen de gemeenten uit het gemeentefonds, de aanvullende personenbelasting (APB) en uit de opcentiemen op onroerende voorheffingen (OOV). Deze zorgen voor een stabiele en omvangrijke stroom van ontvangsten. De gemeenten beslissen jaarlijks over de toepassing van een aanslagvoet op een belasting waarvan de grondslag zelf gevormd wordt door een belasting die op een ander gezagsniveau wordt betaald.
In het Meetjesland liggen de belastingspercentages gemiddeld iets hoger dan voor Vlaanderen. Veel heeft te maken met het beperkte inkomensniveau in de streek. Om eens een extreem voorbeeld te nemen. Het gemiddeld inkomen in Sint-Laureins bedraagt € 8.976 (zie 5.17.) (aanslagjaar 2000), in Sint-Martens Latem 15.771. Om € 1000 in kas te krijgen moet Sint-Laureins 11,1% heffen, terwijl Sint-Martens-Latem datzelfde bedrag krijgt met een heffing van 6,3%.