Aantal jongeren in bijzondere jeugdbijstand, 1995-2004        
  1995 2000 2002 2004
  abs. % abs. % abs. % abs. %
Aalter        2 0,0% 7 0,0% 9 0,0% 14 0,1%
Assenede        10 0,1% 7 0,1% 15 0,1% 21 0,2%
Eeklo        57 0,3% 26 0,1% 46 0,2% 74 0,4%
Evergem 43 0,1% 15 0,0% 33 0,1% 33 0,1%
Kaprijke        4 0,1% 2 0,0% 3 0,0% 3 0,0%
Knesselare        6 0,1% 5 0,1% 9 0,1% 12 0,2%
Lovendegem        1 0,0% 2 0,0% 7 0,1% 6 0,1%
Maldegem        14 0,1% 14 0,1% 21 0,1% 25 0,1%
Nevele        10 0,1% 1 0,0% 7 0,1% 6 0,1%
Sint-Laureins        6 0,1% 3 0,0% 7 0,1% 11 0,2%
Waarschoot        3 0,0% 5 0,1% 10 0,1% 11 0,1%
Zomergem        3 0,0% 3 0,0% 4 0,0% 4 0,0%
Meetjesland 159 0,1% 90 0,1% 171 0,1% 220 0,1%
Oost-Vlaanderen 2.613 0,2% 1.303 0,1% 2.236 0,2% 2.880 0,2%
Vlaanderen 10.517 0,2%         13.374 0,2%
                 
Bron: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap WVC (via provincie Oost-Vlaanderen, omgevingsanalyse mei 2007)
                 
Deze cijfers geven het aantal jongeren dat via de bijzondere jeugdbijstand een of andere ambulante, semi-ambulante of residentiële zorg ontvangt. Op deze wijze worden ook de risicojongeren in rekening gebracht. De cijfers werden verhouden tot het aantal inwoners per gemeente.

Het aantal jongeren in de bijzondere jeugdbijstand is in het Meetjesland over de jaren steeds kleiner of gelijk aan die van Oost-Vlaanderen en Vlaanderen (1995 en 2004). Sinds 2000 is er terug een stijging te bemerken voor het Meetjesland als voor Oost-Vlaanderen.

In Eeklo is het percentage altijd het grootst, het stijgt van 0,3% in 1995 tot 0,4% in 2004. In Kaprijke en Zomergem is het percentage voor 2004 het kleinst (0,0%).


                 
Klik hier voor tabel in excel-formaat